Kennisverwerving in de agogische wetenschappen

Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het M. J. Langeveldcentrum schreef ik een artikel over kennisverwerving in de agogische wetenschappen. In essentie gaat het om de vraag of uit de hermeneutische denkwijze een methodische werkwijze afgeleid kan worden, die leidt tot praktisch toepasbare en overdraagbare kennis.

Het artikel volgt een route.

(1) Eerst gaat het erom dat de hermeneutiek zich richt op de betekenissen die mensen aan hun doen en laten geven.

(2) Dan gaat het erom hoe de betekenisgeving hun/onze ervaringen bepaalt.

(3) Ervaringen doen mensen op in het kader van hun verhoudingen.

(4) In de verhoudingen, waarin ons bestaan zich voltrekt, spelen meer invloeden mee.

(5) Om die invloeden in kaart te brengen, moeten we om te beginnen een juist begrip hebben van het basisstramien van iedere verhouding. Dat is de tijdruimtelijke coördinatie die zich erin voltrekt.

(6) Het geschikte schaalbegrip waarin ons doen en laten, onze omgang met elkaar, tijdruimtelijk kan worden bekeken, is de context.  

(7) Op basis van de inhoud van wat zich in iedere context afspeelt, doen we wel ervaringen op, maar die laten zich niet gemakkelijk in de vorm van kennis overdragen. Er spelen teveel subjectieve factoren mee.

(8) Maar een context is op zichzelf een vorm met daarvan afgeleide, formeel vaststaande kenmerken.

(9) Een hoofdkenmerk is dat een context alleen kan bestaan als de betrokkenen onderling tot afstemming komen.

(10) Vanuit dit gezichtspunt komen we terug bij het kenmerk ‘betekenisgeving’. Betekenis komt niet alleen tot stand op basis van subjectieve gevoelens, maar wordt mede of misschien nog meer primair bepaald door de behoefte zich af te stemmen: ‘Erbij te mogen horen’.

(11) Zo gezien kan formeel de vraag worden gesteld in welke figuratie(s) mensen in hun context tot afstemming komen. Het algemene begrip voor zo’n afgestemde figuratie is de ‘zin’.

(12) In de ‘zin’ ligt het methodisch beginsel op basis waarvan alle menselijke omgang kan worden benaderd, want

(13) daaruit kan worden afgeleid dat mensen – vanuit de betekenis die zij in het tussenmenselijk verkeer inbrengen – een positie kiezen of een positie toegewezen krijgen.

(14) Een ieder kan zich realiseren dat de vraag of jouw betekenis meetelt, afhangt van de vraag welke positie je inneemt, of beter, in welke figuratief spel van posities datgene wat voor jou van groot belang is, gewicht kan krijgen.

(15) Er zijn niet onoverzichtelijk veel posities. De posities die er zijn, vloeien voort uit de structuur van de context en uit de structuur van de taal.

(16) Onze taal weerspiegelt de mogelijke sociale verhoudingen. Ik heb dit elders uitgewerkt.

 

Tot zover een korte routebeschrijving van wat in ons vakgebied tot generaliseerbare en praktisch relevante kennis kan leiden.

 

Wie zich meer in het hier gestelde wil verdiepen, zal ik het hele artikel toesturen. Reacties zijn zeer welkom, want het leidt allicht tot verbetering en verdere uitwerking van de bepleite zienswijze. Mijn bedoeling was een gesprek erover tot stand te brengen.

 

Wim van der Schee e-mailadres: wpvanderschee@planet.nl