Een kind in de ogen kijken.
Wie is dit kind en wat heeft het nodig?

Door Margot van Denderen.

Op 23 maart j.l. werd er in Bilthoven een studiedag georganiseerd voor mensen werkzaam in het onderwijs met als thema: “Een kind in de ogen kijken.” Ook ouders waren deze dag van harte welkom. De dag werd georganiseerd door het M.J. Langeveld Centrum, vereniging voor hermeneutiek. Het ongewone thema beloofde een ongewone dag te worden en de aanwezigen werden hierin niet teleurgesteld.

Wachten met de kruisjes.

Al bij de eerste spreker, Drs. G. Briggeman, werd de toon van de dag gezet.
Briggeman, orthopedagoog en werkzaam bij het samenwerkingsverband Weer Samen Naar School (WSNS) te Rotterdam, schetste een veelvoorkomende situatie op een basisschool. Een jongen wordt aangemeld voor onderzoek naar ADHD, omdat hij in de klas te druk is en een aanzienlijke onderwijsachterstand heeft opgelopen. Normaal gesproken wordt zo’n jongen dan getest en wordt aan de ouders en de leerkracht gevraagd een vragenlijst in te vullen. Het aantal kruisjes op de vragenlijst is bepalend voor de diagnose ADHD.
Een hermeneut werkt anders. Toetsen en vragenlijsten komen pas later eventueel aan bod. Eerst wordt er gesproken met leerkracht en leerling en wordt gekeken hoe het contact tussen hen verloopt. Er wordt gekeken naar de specifieke mogelijkheden van deze meester en dit kind en vervolgens zoeken leraar, leerling en orthopedagoog samen naar een oplossing die bij hen past. Voorwaarde voor deze aanpak is dat de orthopedagoog zich niet bij voorbaat als de deskundige presenteert, maar zich realiseert dat alleen leraar en leerling weten wat er aan de hand is. Door goed naar elkaar te luisteren en ervaring en kennis met elkaar uit te wisselen wordt een weg gevonden om verder te gaan.

Praten met kinderen.

De volgende spreker, Drs. B. de Koning, pedagoog en directeur van de schoolbegeleidingsdienst te Maartensdijk, vertelt verbaasd te zijn over zijn collegae, die goedbedoelend grote rapporten maken van wat het kind mankeert, zonder het kind ooit gesproken te hebben. Het daarna gegeven advies beslaat meestal slechts één pagina en meestal is het advies voor elk kind hetzelfde: structuur, aanspreken op z’n eigen niveau, de positieve kanten benadrukken etc. Het korte advies staat in geen verhouding tot het grote rapport wat er gemaakt is.
Vervolgens vertelt de Koning hoe het anders kan. Wanneer een leerling een probleem heeft, praat dan ook met de leerling en met de leraar en ga in de klas zitten om te kijken hoe deze twee met elkaar omgaan. In de zaal wordt verbaasd gereageerd: “ Kun je met kleuters praten? Jonge kinderen klappen toch dicht als je ze iets vraagt.” De Koning vertelt hierop hoe hij met kleuters een gesprek begint. Hij vraagt de kleuter om hem rond te leiden in de klas, als de andere kinderen buiten spelen. Samen gaan ze dan naar de favoriete speelhoek. Het kind wordt uitgelokt om iets over het speelgoed te vertellen en vaak spelen ze dan samen een poosje. Gaandeweg vertelt het kind dan hoe het met hem gaat en hoe juf en de kinderen om hem heen zich gedragen.

       

 

Video

‘s Middags tijdens een workshop van Drs. C. Brons, psychologe en pionier van de methodiek “Video Interactie Begeleiding” wordt met videobeelden zichtbaar dat je bij een problematisch kind nooit alleen naar het kind moet kijken, maar ook moet letten op de interactie met de leerkracht. Via videobeelden wordt een erg druk en snel afgeleid jongetje getoond, die nooit mee wil doen met de les. Een echte ADHD-er zou je denken. Totdat je ziet dat de meester wel erg snel praat en het jongetje vrij traag denkt. Pas een minuut nadat meester heeft verteld dat je mouw met ou schrijft, zie je het jongetje aan z’n mouw frutselen. Meester ziet een afgeleid kind. Wanneer de kinderen aan het werk worden gezet zie je dat het jongetje zich in alle bochten wringt om erachter te komen wat meester voor opdracht heeft gegeven. Meester ziet dan alleen een kind dat niet wil werken. Door met meester samen de video te bekijken, krijgt hij ineens begrip voor het gedrag van deze leerling. Bij de volgende opname is duidelijk te zien dat het jongetje extra instructie krijgt als de klas al aan het werk is waarna hij zonder problemen met zijn werk begint. Geen verhaal van een ADHD-er, maar van een snelle meester met een leerling die moeite heeft met het begrijpen van gesproken taal.

Hermeneutische diagnostiek.

Prof. R. Lubbers, emeritus hoogleraar klinische pedagogiek geeft aan het eind van de ochtend uitleg over de hermeneutische methode. Hermeneutiek is een methode in de filosofie. Hermeneutiek is erop gericht persoonlijke uitingen van iemand te verhelderen vanuit de betekenis die hij er zelf aangeeft.
Het M.J. Langeveld Centrum, genoemd naar Prof. M.J. Langeveld die tot 1972 hoogleraar was in de pedagogiek in Utrecht probeert de hermeneutische methode bruikbaar te maken in de praktijk.

Prof. Lubbers vertelt hoe de hermeneutische onderzoeksmethode gebruik maakt van vier vragen: de vragen naar wie, wat, waar en hoe.

Wie ben je geworden door wat je is overkomen. Waar (in welke situaties) ben je verzeild geraakt en hoe ga je daarmee om? Heb je handige en bruikbare methodes ontwikkeld of ben je gevangen geraakt in niet functionele oplossingen?”
De wie-vraag is niet de vraag naar een leerstoornis, maar de vraag naar iemand met een leerstoornis, die er het beste van probeert te maken. Het kennen van stoornissen is van belang om de beste opvang te bieden, maar daarnaast moet het kind ook in zijn situatie ondersteund worden. De pedagoog Bladergroen vond dat je kinderen, die als gevolg van een stoornis moeite hebben met leren, een beetje moet verwennen. Deze kinderen hebben zoveel teleurstellingen dat ze snel ontmoedigd raken. Zij leerde kinderen om met hun extra last om te gaan.
Over ieder mens zijn feiten te verzamelen; geslacht, religie, cultuur etc. Stoornissen horen ook thuis bij deze gegevens. Daarna komt de vraag wat doet deze mens ermee, hoe gaat hij ermee om? Hoe heeft hij zich leren handhaven en hoe kunnen anderen (ouders, leerkrachten) hem helpen het leven leefbaar te houden?

Vanuit verschillende invalshoeken hadden alle sprekers dezelfde boodschap:
Ieder mens is uniek en er is geen deskundige op de wereld die al van tevoren kan weten wat er in een mens of kind omgaat. Daarom moet een deskundige, leerling willen zijn van degene die hulp nodig heeft. Alleen ouders en kind, of op school leraar en leerling, weten hoe het met hen gesteld is en kunnen hierover vertellen.

Meer weten?

Ouders of professionals die meer willen weten over het M.J. Langeveld Centrum, kunnen informatie vragen bij het secretariaat: Frans Halsstraat 1a, 3583BK Utrecht.